HILVERSUM – Nico de Mol, anderhalf jaar gepensioneerd, gaat sinds zeven jaar naar de Regenboogkerk in Hilversum. Een kerk die wil functioneren als kleurrijke geloofsgemeenschap waar eenieder zich thuis voelt. En dat is wat De Mol zo aantrok bij deze kerk: “Je wil je wel ergens welkom voelen natuurlijk.”

De naam van de Regenboogkerk verwijst natuurlijk naar de regenboog, het teken van Gods trouw, maar ook naar de kleurrijke, pluriforme kerk die zij graag willen zijn. Een kerk waar iedereen zich thuis kan voelen. En dat voelt Nico de Mol zich ook. Op de vraag of hij ooit narigheid heeft ervaren op basis van zijn geaardheid – De Mol is homo -, schudt hij meteen zijn hoofd.“We zitten daar echt in een warm bad. Het is een community van mensen die respect voor elkaar tonen. We hebben allemaal mensen leren kennen waar je koffie mee gaat drinken of even op bezoek gaat. Het zijn vrienden geworden.”

De Mol is opgegroeid in Katwijk, waar het geloof er met de paplepel in werd gegoten. Problemen met zijn seksualiteit zijn er echter nooit geweest. Wel uitten zijn ouders hun zorgen: “Kan je wel gelukkig worden?” vroeg zijn moeder. Maar op een gegeven moment breide De Mols moeder gewoon sokken voor zijn toenmalige partner. “Dat vond ik wel heel goed. Want ja, mijn moeder komt natuurlijk uit een nog andere wereld dan ik.”

Toch is De Mol op een gegeven moment gestopt met naar de kerk gaan. De voornaamste reden? Geen tijd. “Dan slaap je liever uit op zondag”, zegt hij lachend. “Tot ik mijn partner tegenkwam, toen hebben we elkaar een beetje op sleeptouw genomen. Nu zijn we sinds een jaar of zeven in de regenboogkerk actief.” De Mol en zijn partner bezoeken de kerk geregeld: De Mols partner is daar ouderling. Een ouderling is ambtsdrager. Zij denken en bepalen mee over het beleid van de wijkgemeente. Dit doen ze door onder andere gemeenteleden te bezoeken.

Het gaat beter en beter met de homo-emancipatie. De Mol vindt dat er ruimte moet zijn voor mensen met zijn ‘achtergrond’. “Dat spreekt voor zich. Dat vind ik ook in de Regenboogkerk. Bij meer orthodoxe groepen, zoals de katholieke kerk, is het ook wel aan het verbeteren denk ik. Daar kan al meer dan vijftig jaar geleden. Het gaat beetje bij beetje beter in de loop der jaren.” In de Regenboogkerk hoeft er wat De Mol betreft niks meer te verbeteren. “Maar er zitten hier in Hilversum ook meer behoudende wijkgemeentes, waar ik denk dat homoseksualiteit een groter probleem is. Waar ook geen vrouwen in het ambt zitten, dat soort dingen.”
Een mijlpaal in de homo-emancipatie werd bereikt toen op 26 juni 2015 eindelijk het homohuwelijk in alle Verenigde Staten legaal werd. De Mol is zelf bewust niet getrouwd. “Mijn partner en ik hebben een jaar of drie geleden gekozen voor geregistreerd partnerschap. Dat is ook ingezegend door predikanten. De kerkdienst hebben we thuis gehouden. Het was een ontzettend leuk gebeuren. De predikante was ook heel enthousiast: ‘Oh, dat gaan we doen!’. Het was gewoon van, ja, dat moet gebeuren. Geregistreerd partnerschap is ook praktisch als een van de twee overlijdt, en andere wettelijke of rechtelijke situaties. Dat je iets hebt om op terug te vallen, dat vind ik een belangrijk element.
Ik heb eigenlijk min of meer bewust gekozen voor een geregistreerd partnerschap. Ik zeg altijd gekscherend, ‘ik vind het huwelijk te hetero’. Ik hoef daar geen nabootsing van. Ik vind het best als mensen daarvoor kiezen. Ik vind ook dat het moet kunnen, maar geregistreerd partnerschap heeft eigenlijk dezelfde juridische staat.”

Behoefte om zijn seksualiteit te benadrukken, zoals op bijvoorbeeld de al te bekende Gay Pride gedaan wordt, heeft De Mol niet. “Ik ben nooit echt uitgesproken geweest over mijn seksualiteit. Dat vind ik niet nodig. Ik heb liever niet dat mijn seksualiteit het eerste is waar mensen aan denken als ze het over mij hebben. Ik wil er niet op beoordeeld worden. Ik hoef het niet expliciet uit te gaan dragen. Ja, anderen wel, dat moet ook kunnen, daar moet ook ruimte voor zijn.”

De Mol blijft benadrukken hoe erg hij zich op zijn plek voelt bij de Regenboogkerk. “Wat ik in de Regenboogkerk vind is een hele warme community is. Mensen die belangstelling voor elkaar hebben. Dat vind ik heel belangrijk.”