HILVERSUM – Geri Posthumus is moeder van vier kinderen die christelijk onderwijs volgen. Zij en haar gezin zijn lid van de Morgensterkerk en haar drie jongste kinderen gaan naar de Nassauschool in Hilversum.  Ze vertelt over de keuze die ze heeft gemaakt van het openbaar onderwijs naar christelijk onderwijs voor haar kinderen.

 Waar Geri Posthumus haar geloof vandaan komt, is geen moeilijke vraag voor haar. “Van huis uit heb ik het christelijk geloof meegekregen, mijn moeder geloofde erg sterk, ze zong ook de hele dag door psalmen en liederen door het huis, dus er was eigenlijk geen ontkomen aan.” Zegt Posthumus lachend. Dat haar vader alleen op hoogtijdagen naar de kerk ging, was voor Posthumus geen probleem. “Het was gewoon zo, mijn vader werkte ook onregelmatig dus het kwam ook vaak voor dat hij op zondag aan het werk was, eerst ging hij wel naar de kerk als hij kon, maar op den duur hield dat op.” Maar haar ouders hebben Posthumus nooit verplicht om te geloven, “Ik moest wel tot mijn dertiende naar catechisatie en mijn moeder zei dat als ik ‘catechisatie’ kon spellen, er te discussiëren viel om te stoppen met catechisatie. Maar dit is nooit een drijfveer voor mij geweest. Ik merkte op den duur wel dat ik één van de weinige jongeren was die overbleef in de kerk, dat was wel moeilijk.

De drie jongste kinderen die basisonderwijs volgen aan de Nassauschool in Hilversum, zijn hier niet zomaar terecht gekomen. “Toen mijn eerste kind naar school moest had de christelijke basisschool aan de overkant een slecht onderwijsrapport gekregen. Om deze reden hebben wij toentertijd gekozen voor openbaar onderwijs in Hilversum. Deze school kwam wel goed uit de bus. Na een tijdje draaide de verhouding om en was de christelijke basisschool ‘Nassauschool Hilversum’ stukken beter dan de openbare basisschool waar de kinderen eerst heen gingen. De keuze van de school voor de kinderen hebben we echt op basis van kwaliteit van het onderwijs gedaan, de overtuiging van de school kwam daarna pas.”

Maar volgens Posthumus mag het geloof wel meer ter sprake komen bij het onderwijs. “De ene leerkracht voelt zich comfortabel bij het geloof veel gebruiken en relativeren in de les, anderen niet. Het is wel de bedoeling, maar de directie loopt natuurlijk ook niet elke dag elke les in om te kijken of het wel volgens de richtlijnen gaat. Op de openbare school ging het anders. “Als mijn kinderen een Palmpasenstok hadden gemaakt mochten ze gewoon de klassen rond en vertellen waarom ze deze hadden gemaakt, maar op school kregen ze verder geen les over een geloofsovertuiging.” Aankaarten van het ter sprake brengen van meer geloof in het onderwijs heeft Posthumus al meerdere malen gedaan, “Op den duur ben ik naar de directie gestapt om erover te praten, mijn zoon deed in groep acht bijna niks aan het geloof en mijn dochter in groep zes kwam soms thuis met wat opwekkingsliedjes, maar daar hoor ik haar ook niet meer over. Ik denk daarom niet dat de drijfveer van mensen om hun kinderen naar een christelijke school sturen nog is zodat het kind het geloof goed mee krijg, dat zie ik niet meer gebeuren. Op de christelijke basisschool zitten ook gewoon niet-gelovigen en kinderen die in de islam geloven, de school staat wel meer open voor het christelijke geloof maar daar blijft het ook bij.”

Posthumus is niet bang dat haar kinderen eenzijdig onderwijs krijgen omdat ze naar een christelijk protestantse basisschool gaan. “Het christelijke onderwijs is niet meer wat het vroeger was, of zoals het in kleine dorpen met strenge stromingen is. Zeker in Hilversum is iedereen er heel vrij in.” Dat Posthumus en haar man elkaar hebben leren kennen toen ze in Israël woonden, komt ook nog ter sprake. “Als ouders zijn wij ook heel open minded. We hebben ze bewust vorig jaar meegenomen naar Israël om te zien hoe geloven daar zijn, ze vonden het heel mooi om te zien dat in Israël alle gelovigen door elkaar wonen en heel expliciet uiten welk geloof ze aanhangen.” Posthumus haar oudste zoon gaat naar het christelijk middelbaaronderwijs in Hilversum en heeft af en toe een ‘geloofsdag’, “Met deze geloofsdagen gaan ze een dag naar de moskee of synagoge. Ik vind het júíst heel belangrijk dat mijn kinderen open minded worden opgevoed, omdat ik zelf ook denk dat het christendom niet het enige geloof is.”