De Hilversumse Wilma Langhout is sinds 2010 vrijwilligster bij de Voedselbank Gooi en Omstreken. Wilma heeft in het verleden zelf ook een periode de hulp van een voedselbank nodig gehad. Ze kent zodoende de problemen waar mensen tegenaan lopen en daarom vindt ze het belangrijk om die mensen bij te staan. Met een trotse glimlach op haar gezicht begint ze te vertellen over haar werk als vrijwilligster.

‘’Doordat ik zelf ook een tijdje de hulp van de voedselbank nodig had, ging ik meer nadenken over mensen die in een vergelijkbare situatie verkeren. Je zal maar een gezin met jonge kinderen hebben. Hoe moet dat dan? Ik ging mij hier steeds meer in verdiepen en zag later bij toeval een advertentie staan in de krant. De voedselbank was op zoek naar een sociaal coördinator en ik dacht gelijk: ‘ik kan wel wat voor die mensen betekenen’. Ik ging op gesprek en werd aangenomen. Als intake- en sociaal coördinator stuur ik het team van de klantenadministratie aan. Ook ga ik over de ‘uitzonderingen’. Als iemand bijvoorbeeld boven de inkomensnorm zit en dus teveel verdient, wordt er meestal gezegd dat diegene niet in aanmerking kan komen voor een pakket. Soms zijn er ook sociale indicaties, waarbij mensen even tijdelijk niet voor zichzelf kunnen zorgen. In zulke gevallen kun je ze beter voor drie maanden een pakket geven. Men heeft dan dertien weken de tijd om een hulpverlener te zoeken.

Verder is het erg belangrijk om niet direct te oordelen over de klanten, vooral in mijn positie. Als mensen in de schulden terecht komen is het niet altijd hun eigen fout. Neem bijvoorbeeld mensen met een goed betaalde baan die plotseling arbeidsongeschikt raken. Zij kunnen niet meer werken en moeten vaak leven van een uitkering. Of als je bedrijf failliet gaat, een ongeluk zit in een klein hoekje. Als ik met klanten spreek over de aanvraag van een voedselpakket, eindig ik altijd met de slogan: ‘armoede kan iedereen overkomen, daarvoor hoef je je echt niet te schamen’. Zo proberen wij het taboe van schaamte een beetje te doorbreken. Ook proberen wij door middel van inloopspreekuren in Hilversum, Huizen en Weesp de drempel voor het aanvragen van een pakket te verlagen. Voorheen moest men naar de gemeente om een afspraak te maken, maar nu kun je bij ons zo binnenwandelen.

Ik word altijd erg blij als ik mensen die diep in de put zitten, na een gesprek, weer hoop en moed kan geven. Vooral als ik merk dat ze zich begrepen voelen en inzien dat je er op een gegeven moment weer bovenop komt. De klanten gaan vaak met een heel ander gevoel naar buiten, dan dat ze binnenkwamen.

Gisteren kreeg ik een heel leuk telefoontje van een mevrouw. Ze vertelde dat ze nieuwe kinderkleding had. Het ging over ongeveer vier-tot vijfhonderd stuks en ze wilde het maandag komen brengen. Dat is natuurlijk fantastisch, want naast de voedselbank hebben wij ook nog de Stichting Jurk. Deze stichting bestaat uit 1400 naaisters, verspreid over heel Nederland. Ze naaien op eigen kosten kleding voor de kinderen van de voedselbank. Kinderen kunnen hierbij voorkeuren als kleur, gelegenheid, maat en patronen doorgeven. Verder is er ook Stichting Kinderen van de Voedselbank, waarbij klanten twee keer per jaar kleding kunnen krijgen voor hun kinderen. Daarnaast heb je nog de Stichting Jarige Job. Zij zorgen dat kinderen een cadeautje krijgen als ze jarig zijn. Tot slot is er ook het Nationaal Fonds Kinderhulp. Deze organiseert Actie Pepernoot. Zij maken tasjes met vakantiespullen  en doen daarbij ook nog een kaartje voor onder andere een pretpark om te zorgen dat de kinderen toch een leuke vakantie hebben.


Tekeningen die kinderen gemaakt hebben voor de voedselbank.

Wij hebben verschillende organisaties waarvan wij voedsel krijgen. Zo zit er een groot distributiepunt in Amsterdam en krijgen wij veel overgebleven producten van supermarkten als: Jumbo, Albert Heijn, Aldi en Lidl. Ook bakkers en kaasboeren vergeten ons niet. Verder krijgen wij ook veel binnen vanuit kerkelijke instanties. Zij houden regelmatig inzamelacties of steunen ons met de opbrengst van collectes. Als alle producten uiteindelijk bij ons terecht komen, wordt het gelijk door de vrijwilligers uitgezocht. Hierbij wordt gekeken naar de houdbaarheidsdatum en de voedselveiligheid. Als we producten krijgen die uiterlijk tot woensdag houdbaar zijn, en de klanten komen op donderdag hun pakket halen, dan kan het dus niet meer meegegeven worden. Wij bellen dan met bijvoorbeeld buurthuizen die op de dag zelf een lunch organiseren voor eenzamen ouderen. Als die er ook niets mee kunnen, dan geven wij het aan de kinderboerderij. Op deze manier wordt alles wat bij ons binnenkomt volledig benut en verspilling dus tegen gegaan, want ook dat is een doel van een voedselbank.

Met de feestdagen proberen wij wat extra te geven, maar we zijn altijd afhankelijk van donaties. Zo kwamen afgelopen kerst een vader met zijn zoontje spullen brengen. De vader wilde in het kader van de kerstgedachte zijn zoontje nu al leren om iets over te hebben voor anderen. Ontzettend mooi. Wat je ook veel van mensen hoort, die klant zijn, is: ‘Ik ben zo dankbaar, zodra ik er weer helemaal bovenop ben, meld ik mij aan als vrijwilliger, omdat ik iets terug wil doen’.’’