Woensdagmiddag 27 november was de première van de kindertheatervoorstelling “Een nieuwe Sinterklaas” te zien in het “Theater Kleintje Kunst”. Regisseur Eugène Mennen (61), eerder te zien bij GooiTV waar hij in discussie ging met de twintigjarige Rebekka Timmer van Kick Out Zwarte Piet over de “knecht” van de Sint. 

De voorstelling gaat over een Piet die besluit dit jaar Sinterklaas te willen zijn en om die reden de goedheiligman opsluit in de stal van zijn trouwe viervoeter Amerigo. Piet wordt er echter op zijn plek gezet door de Sint: “Jij hoort in de stal knecht.”

Regisseur van het stuk, Mennen, heeft gekozen voor volledig zwart geschminkte Pieten met kroeshaar, rode lippen en gouden oorbellen. Hij vertelt: “Dit heeft helemaal niets met racisme te maken. In onze Westerse beschaving is er niemand die daar aan denkt. Het gaat om onherkenbaar blijven en dat doet de kleur zwart. In het interview met GooiTV heb ik me bewust erg gematigd opgesteld omdat ik geen gedonder wil hebben tijdens deze voorstellingen. Het suikerfeest wordt hier getolereerd, er mogen moskeeën worden gebouwd, maar wij mogen onze eigen dingen niet houden? Dat vind ik vervelend. Wanneer wij Nederlanders emigreren, passen wij ons ook aan. Je bent hier te gast, daar zouden ze blij mee moeten zijn.” 

Het verband tussen slavernij en Sinterklaas, ziet Mennen niet: “Niemand denkt door een Zwarte Piet aan slavernij of het woord “nigger”. Weet je wie de negers uit de bossen haalden? Dat waren de negers zelf. Ze brachten hun eigen soort naar de havensteden om ze te verkopen. Je hebt altijd sterke en minder sterke binnen één soort. Vroeger spaarden wij capsules van melkflessen voor de nikkertjes in Afrika. Dat woord mocht opeens ook al niet meer, dus daar houden we ons dan maar aan.”

Dat de Pieten in de voorstelling met enige regelmaat “knechten” worden genoemd vindt Mennen meer dan logisch. “Sint-Nicolaas moet de Pieten op hun nummer zetten. Hiermee heb ik helemaal niet geprobeerd om een machtsverhouding te benadrukken of iets dergelijks, maar je kunt natuurlijk op alle slakken zout leggen…” Dit laatste noemt hij “een teken van onze decadente maatschappij. We hebben kennelijk niets beters te doen.”